Mijn Geheim

Onlangs stond er in het tijdschrift Mijn Geheim een uitgebreid artikel over mij als durfsporter. In dit artikel kreeg ik de kans om te vertellen over wat ik allemaal heb meegemaakt en hoe me dat heeft gemaakt tot wie ik nu ben. Ondanks alle nare gebeurtenissen in mijn leven heb ik toch geprobeerd altijd positief te blijven en tegenslagen om te zetten in kracht.

Dat is dan ook de boodschap die ik graag naar buiten wil brengen om anderen te inspireren en te motiveren. Niet omdat ik wil laten zien dat ik één of andere superheld ben; integendeel! Dat ben ik helemaal niet. Maar omdat ik oprecht geloof dat je dan veel meer uit het leven kunt halen voor jezelf.

Het artikel kun je hier teruglezen:

‘Je kunt meer dan je zelf voor mogelijk houdt’

Mijn eerste vrouw Patricia ontmoette ik begin 2005. We kwamen elkaar op het werk tegen. Het klikte en van het een kwam het ander. We waren jong en hadden plannen, zoals dat hoort als je net begint en de toekomst open ligt. Maar het leven had andere plannen met ons. Patricia had een kuchje dat niet overging en na een tijd van onderzoeken, belandden we in het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis. De diagnose was een zeldzame vorm van kanker, zwezerikkanker. We kwamen in een achtbaan terecht. Sommigen zeiden dat het knap was dat ik bij haar bleef, maar waarom zou ik haar in de steek laten? We hadden samen een dochter, in 2010 zijn we getrouwd. We leefden van dag tot dag. Van een diagnose naar een operatie, van hoop naar spanning, van uitslag naar behandeling en weer terug naar wachten.

Door de jaren heen werd de situatie slechter. Op een bepaald moment werd uitgesproken dat het ongeneeslijk was. ‘Als je de veertig haalt, is dat heel wat,’ kregen we te horen. Toch had Patricia veel goede jaren. Het kwam steeds terug en dan kon het weer behandeld worden. In totaal is ze drie keer geopereerd en heeft ze veel chemo’s gehad. 

Er kwamen twee spierziekten bij, gerelateerd aan de kanker, die invloed had op haar immuunsysteem. Ze kreeg te maken met spierzwakte en met een ziekte die voor chronische spierafbraak zorgde. Dingen die vanzelfsprekend lijken, werden grote inspanningen. In 2015 kon ze op een bepaald moment niet meer ademhalen. Ademhalen doe je, daar sta je niet bij stil, maar zij had daar niet meer de spierkracht voor. Ze is toen drie maanden opgenomen in Leiden. Wonder boven wonder kwam ze eruit. Ze zei daarna: ‘Dit echt nooit meer. Dit is geen kwaliteit van leven.’ Toch gingen we door, omdat er niets anders was dan doorgaan zolang dat ging. Begin 2017 ging het mis. Het was een paar dagen na haar verjaardag. Haar ademhaling werd opnieuw slecht en ze kwam op de intensive care terecht. Ze besloot met de behandeling te stoppen. Ondanks dat we er wel over gesproken hadden, kwam het toch als donderslag bij heldere hemel. Je houdt toch hoop. Ze vinden wel wat, denk je, uiteindelijk bleek dat niet zo te zijn en was het einde nabij. Dat kwam hard aan. Aan de andere kant begreep ik dat ze niet meer wilde. Ze was twaalf jaar ziek geweest. Ze sprak uit dat de laatste twee jaar van haar leven niet de kwaliteit hadden die ze had gehoopt. De behandeling stoppen betekende het uitzetten van de beademing. Uiteindelijk is ze, nadat ze afscheid van iedereen had genomen, vredig ingeslapen. De 40 heeft ze nooit gehaald. Kort daarvoor was mijn moeder overleden. In twee weken tijd verloor ik twee vrouwen van wie ik hield. 

Het is inmiddels al acht jaar geleden, en het is ook nog ‘maar’ acht jaar geleden. Tijd is vreemd als het om rouw gaat. Mijn dochter was twaalf toen haar moeder overleed. Dat zijn heftige dingen. Ze is inmiddels net afgestudeerd in de verpleegkunde en heeft een huis gekocht met haar vriend. Ze kan dat niet meer delen met haar moeder. Dat zijn besefmomentjes. 

Toen Patricia ziek was, begon ik met het inzamelen van geld voor goede doelen door sportieve uitdagingen. Als kind was ik geen sporter, maar door mijn vader ben ik begonnen met hardlopen, zo rond mijn zestiende jaar. Hij was een fanatieke loper en hij had de droom om met mij en mijn broers de Dam tot Damloop te doen. Ik werd aangestoken door het hardloopvirus. Op een gegeven moment deed ik ook de Egmondloop, eenentwintig kilometer. We deden niet mee voor prijzen, gewoon recreatief.

Tijdens de ziekte van Patricia was hardlopen mijn therapie. Het deed me goed om alleen met mezelf te zijn, buiten op het asfalt, dat je even nergens aan denkt en tegelijkertijd aan alles. Het hield me op de been. Op een dag zaten Patricia en ik in Den Helder bij een restaurant op de dijk, met uitzicht op Texel. Hemelsbreed is dat ongeveer tweeënhalve kilometer. Ik grapte dat we die kant wel konden opzwemmen. Patricia moest lachen. Een marineman die ook in het restaurant zat hoorde me en zei: ‘Dat is een onmogelijke onderneming. Dat red je niet met die stroming.’ Ik had mijn A en B diploma en kon een beetje schoolslag, maar die opmerking raakte iets in mij.  Een paar maanden later liepen we op een beurs en zag ik dat er een zwemtocht werd georganiseerd van Den Helder naar Texel. Dat is een teken, dacht ik. Ik moest meedoen.

Ik ben belachelijk veel gaan trainen en op 10 augustus deed ik mee aan de oversteek van Den Helder naar Texel. Het was windkracht zes, met westenwind, behoorlijk pittig. Om mee te doen moest je geld ophalen voor het goede doel; Spieren voor Spieren. Dat vond ik mooi. Het ophalen van donaties ging me goed af. Het wakkerde iets in mij aan en ik in mij ontstond het plan om elk jaar een sportieve uitdaging aan te gaan. Ik had hardlopen gehad en zwemmen, dus de volgende uitdaging werd fietsen. In 2014 fietste ik heel Nederland door voor het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis. In 2015 en 2016 heb ik voor Stichting Ambulance Wens een aantal halve triatlons gedaan. Hardlopen, zwemmen en fietsen gooide ik samen. In die fase werd Patricia steeds slechter en kwam het sporten op een laag pitje te staan. Nadat zij overleed, besloot ik alles te doen waar ik zin in had. In 2018 heb ik de Ironman van Maastricht gedaan. 3,8 kilometer zwemmen, honderdtachtig kilometer fietsen en als toetje een marathon. Je bent dan een werkdag aan het sporten. 

In 2019 ontmoette ik Edith. Onze levens hadden elkaar jaren eerder al gekruist. Ik werkte toen bij een gerechtsdeurwaarderskantoor en zij kwam als klant binnen. Ze kwam op dat moment haar beklag doen over iets wat niet lekker was verlopen. Hoewel het over een collega van mij ging, was het geen gezellig gesprek. Ze ging weg en ik dacht er niet meer aan, totdat ik haar jaren later tegenkwam in het bestuur van een hardloopevenement. Edith was net als ik een bestuurslid, dat ontdekte ik tijdens de eerste vergadering. Ik herinnerde me het gesprek van jaren terug nog wel. Ik hoopte dat zij het vergeten was, dus bij het voorstellen hield ik het vaag en zei ik dat ik in de juridische wereld werkte. ‘Jij bent toch van dat deurwaarderskantoor?’ riep ze. Raak! Toen zij zich voorstelde, vertelde zij dat zij haar man verloren was aan melanoomkanker. Dat vond ik dapper. Voor mij was het verlies langer geleden, ik had het niet vermeld. Maar ik vertelde haar wel wat mij was overkomen. Daarna ontstond onschuldig appcontact en sloeg de vonk over. Op 11 november 2022 zijn we getrouwd.

In datzelfde jaar was er ook een stichting opgericht rondom de sportieve uitdagingen. Ik deelde al mijn sportieve avonturen al jaren, via mijn website SH Adventures, en het idee was om het nu een formeler karakter te geven. Maar het verliep niet helemaal zoals ik in gedachten had. In 2023 ben ik zelf ziek geworden en heb ik minder kunnen trainen. Tijdens mijn huwelijksreis was ik ziek geworden: ik had een zogenaamde ‘Bali-belly’ waar ik niet goed van herstelde. Ook niet thuis, na twee antibioticakuren. Ik had last van nachtzweten en omdat de partner van Edith daar ook last van had tijdens zijn ziekte, vertrouwde ze het niet en stuurde ze me naar de dokter. Ondanks dat er geen directe aanleiding was om aan iets ernstigs te denken, werd er toch een scan gemaakt. Daar werd een bultje op mijn bijnier gezien en de mogelijkheid was aanwezig dat het een tumor was, maar wat het precies was: daar waren ze niet zeker van. Ik kreeg een aantal opties: afwachten en alles goed in de gaten houden, of opereren en mijn bijnier weghalen. Ik had weinig twijfel: er zat iets wat er niet hoort, ik wilde een operatie. Binnen een week lag ik op de operatietafel en de operatie verliep succesvol. Daarna moest ik wachten op het rapport van de patholoog. Het bleek een zeer zeldzame vorm van kanker, bijnierschorskanker, en op sommige vlakken zelfs agressief. De tumor was nog vrij klein, tweeënhalve centimeter, maar toch werd een aanvullende behandeling aanbevolen: chemo in pilvorm. Het is geen conventionele chemo, je wordt er niet kaal of misselijk van, maar het maakt bijniercellen kapot en dat zou ook de nodige klachten geven. Ik heb nog één bijnier over, maar die zou ook stoppen met werken. Cortisol wordt dan niet meer aangemaakt. Ik las verhalen van ervaringsdeskundigen en zette mezelf schrap voor twee barre jaren. Maar ik heb eigenlijk nooit echt hevige klachten gehad. Tot mei dit jaar heb ik het geslikt. 

Twee maanden na de operatie dacht ik aan de uitdagingen die nog op mijn wensenlijstje. Ik wilde eigenlijk graag naar Nepal om te gaan bergbeklimmen, maar dat ging door mijn ziekte niet door. Dan de Nederlandse toppen maar: de Dutch Mountaintrail, zeven toppen in Limburg. Zo gezegd, zo gedaan. Maar het werd zwaarder dan gedacht, want het was dat weekend vijfendertig graden. Een paar dagen erna had ik een afspraak om bloed te prikken. De arts was niet zo blij met mijn bloedwaardes, hij zag dat ik een grote inspanning had verricht. Ik begreep achteraf dat ik het beter niet had kunnen ondernemen. De arts zei dat sporten een aanslag op mijn lichaam was, tegelijk vond hij het interessant dat ik het toch voor elkaar kreeg om grote uitdagingen aan te gaan, ook met maar één bijnier en de gevolgen daarvan voor mijn stresshormoon. Hij drukte me op het hart om voorzichtig te zijn. In oktober dat jaar was een Hyrox waaraan ik wilde deelnemen, een loop van acht kilometer gecombineerd met workouts. Ik ben dat aangegaan, maar ik merk wel dat ik wat heb ingeleverd. Voorheen presteerde ik makkelijker. Ze zeggen dat je pas na tien jaar echt ‘schoon’ bent. Dat duurt lang, want je wilt weer je oude ik worden. Dat dit niet meteen lukt, doet wat met je. En de vraag is of dat ooit wél gaat lukken. Natuurlijk moet ik blij zijn met wat ik allemaal nog wél kan, tegelijk doet het pijn om niet de prestaties te halen die je zou willen.

Mijn bedoeling is dat de nieuwe uitdaging in de zomer van 2026 gaat plaatsvinden. Mijn wensenlijstje is eindeloos, maar er zijn al concrete plannen. Ik wil in 2026 de oversteek maken van Den Helder naar Texel, onder water dit keer. Ik zal bovenkomen om adem te halen, maar verder doe ik alles onder water. Ik ben lid geworden van de duikvereniging, daar kan ik goed trainen om het voor elkaar te krijgen. Ook wil ik graag de Mont Blanc gaan beklimmen. Ik wil diep gaan, onder water van Den Helder naar Texel, maar ook de top bereiken. Hiervoor ga ik ook weer geld inzamelen, uiteraard. Via de Sebastiaan Horn Foundation kan er worden gedoneerd. Door de jaren heen is er al meer dan dertigduizend euro opgehaald voor goede doelen. Het is mooi om op deze manier bij te dragen aan de maatschappij. Ik zie het als een maatschappelijke plicht om dat te doen. Het klinkt idealistisch, maar als iedereen op zijn manier zijn eigen steentje bijdraagt, dan wordt de wereld een stukje mooier. Een andere boodschap die ik wil uitdragen is dat mensen moeten durven dromen. Ik wil laten zien dat je meer kan dan je zelf voor mogelijk houdt. Als je ziek bent geweest en je voelt je niet meer volwaardig, ook dan kun je altijd nog mooie dingen doen. Onlangs heb ik om die reden samen met onder andere Edith een hardloopevenement georganiseerd voor kankerpatiënten. Vijf kilometer. Ik heb mensen huilend de finish over zien gaan. Een klein beetje vertrouwen terugkrijgen in je lichaam is goud waard. Daar is geen euro tegenaan te gooien. 

Mijn verhaal gaat om tegenslagen omzetten in kracht, het is niet mijn bedoeling om een tranentrekkend verhaal te brengen. Het is een verhaal van vallen en opstaan, van kiezen om verder te gaan met wat er is. Het draait om tegenslagen omzetten in kracht. Om doen wat kan, met wat je hebt, waar je staat. Ik kijk vooruit naar 2026. Onder water richting Texel, de top beklimmen van de Mont Blanc. Fondsen werven voor goede doelen, mensen meenemen in mijn verhaal en anderen inspireren om te blijven dromen. Dat is wat ik blijf doen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *